Bonifatius: een onverteld verhaal
Bij de herdenkingskapel in Dokkum viel mijn oog op een opvallende omschrijving in de levensloop van Bonifatius: “vermoord door heidenen.” Ik dacht… wordt dit anno 21e eeuw nog steeds zo omschreven? Allesbehalve neutraal. Maar klopt dit beeld eigenlijk wel? Dat wilde ik weten, dus dook ik in de geschiedenis.
"De vergeten historie die 'Herleef de Natuurreligie' blootlegt, is essentieel voor een dieper begrip van onze wortels."

De mysterieuze dood van Bonifatius
Bonifatius hij werd in 754 bij Dokkum vermoord. Volgens de historische overlevering gebeurde dat door een groep Friezen tijdens een missie waarbij hij mensen probeerde te bekeren tot het christendom.
Wie de exacte dader(s) waren, weten historici niet. Er zijn verschillende theorieën over het motief:
- Verzet tegen kerstening / religieuze redenen – sommige Friezen wilden hun eigen geloof en tradities behouden.
- Roofmoord – mogelijk dachten de aanvallers dat Bonifatius en zijn gezelschap waardevolle spullen bij zich hadden.
Volgens de bekende overlevering probeerde Bonifatius zich nog te beschermen met een boek, maar hij werd samen met enkele metgezellen gedood.
Vanuit hedendaags historisch taalgebruik zou je eerder lezen: “door Friezen”, “door tegenstanders van de kerstening”, of “vermoedelijk door Friese aanvallers”, omdat de precieze motieven niet eens zeker zijn. Sommige historici noemen religieus verzet, anderen houden ook rekening met een roofaanval of een politiek conflict.
Het bord (zie afb) hangt in de Bonifatiuskapel, die ik bezicht. Het is een religieuze herdenkingsplek. Daardoor is het niet zo vreemd dat de tekst geschreven is vanuit de traditie waarin Bonifatius als martelaar en “brenger van het goede” wordt neergezet. Maar als historische presentatie in een publieke context had men zeker een neutralere woorden formulering kunnen hanteren dit had bijvoorbeeld kunnen zijn:
- “754 – Bonifatius wordt bij Dokkum gedood door Friese aanvallers.”
of
- “754 – Bonifatius komt bij Dokkum om het leven tijdens zijn missie onder de Friezen.”

Heidendom verloop in christendom
Het verhaal van Bonifatius raakt direct aan de vergeten geschiedenis van natuurreligies. Voor de komst van het christendom was het heidendom dominant in vele streken en in de wereld. Helaas wordt het heidendom tot op de dag van vandaag vaak niet correct weergegeven en is het in de geschiedschrijving overschaduwd door de latere christelijke verhalen. Bonifatius' pogingen tot bekering symboliseren de overname van de oude geloofssystemen.
Veel kennis over Europese natuurreligies, Germaanse tradities en lokale gebruiken is verloren gegaan of is gefilterd door christelijke bronnen. Daardoor ontstaat een scheef beeld: vaak kennen we de “winnaarsversie” beter dan de stem van de groepen die verdwenen, opgenomen of verdrongen werden.
In veel religieuze tradities, niet alleen het christendom, zijn historische figuren beschreven vanuit het eigen wereldbeeld. In een kapel verwacht je vaak een hagiografische (heiligen-)vertelling: Bonifatius als “brenger van het goede”, martelaar, verdediger van het geloof. Dat is een geloofsperspectief, geen neutraal geschiedenisboek.
Vanuit een ander perspectief kun je het inderdaad heel anders lezen:
Bonifatius bracht niet alleen een geloofsboodschap, maar werkte ook mee aan kerstening en machtsstructuren.
Het neerhalen van heilige bomen en bestrijden van lokale religies voelt voor veel mensen eerder als onderdrukking van bestaande tradities dan als “het goede brengen”.
Het woord “heidenen” kan vandaag beladen of denigrerend overkomen.
Tegelijk weten we over de gebeurtenissen van 754 ook simpelweg niet alles zeker. Veel bronnen zijn geschreven door christelijke tijdgenoten of latere monniken, (zoals de Vita Bonifatii, het levensverhaal geschreven door de monnik Willibald), die Bonifatius vooral als een heilige martelaar wilden neerzetten. Daardoor zien we de geschiedenis vooral door hún lens.
Niet alleen dat bord, maar het bredere patroon van hoe geschiedenis rond christendom en oudere tradities vaak wordt verteld en blindelings wordt gelooft en als waar wordt aangenomen, nog steeds.
Er is ook een historisch punt wat een feit is. In delen van Europa zijn heilige plaatsen van oudere religies later christelijke plaatsen geworden. Er werden zonder schaamte of respect kerken gebouwd op bestaande cultusplaatsen, tempels of heilige bronnen. Dat gebeurde niet overal hetzelfde, maar het is een bekend verschijnsel. De kerk in Elst is een vaak genoemd voorbeeld: onder de huidige kerk zijn resten gevonden van een Romeinse tempel. Dat maakt zichtbaar dat zulke plekken soms een veel oudere religieuze laag hebben.
Door deze roekeloze manier is veel kennis over Europese natuurreligies, Germaanse tradities en lokale gebruiken verloren gegaan of gefilterd is door christelijke bronnen. Daardoor ontstond een scheef beeld: vaak kennen we de “winnaarsversie” beter dan de stem van de groepen die verdwenen, opgenomen of verdrongen werden.
Omdat mensen heel verschillend omgaan met religie, geschiedenis en bronnen, Maak het dat veel mensen één dominant verhaal meekrijgen zonder de herkomst of mogelijke vooringenomenheid ervan te onderzoeken is een herkenbare ontwikkeling in discussies over geschiedenis in materie zoals religie.
Wat ik eerlijk vind om te zeggen: geschiedenis is zelden één zuiver verhaal, wanneer de werkelijke bewezen kennis achter wegen is gebleven. Het bord in de kapel presenteert duidelijk een christelijke interpretatie. Dat hoeft niet automatisch “de volledige historische waarheid” te zijn. Vragen stellen, bronnen vergelijken en onderzoeken waar woorden als “heidenen” vandaan komen, is juist een waardevolle historische houding.
Een neutrale blik op de geschiedenis
Er is een tijdlijn, en die is eigenlijk veel rijker dan alleen de bekende monotheïstische religies. Polytheïstische religies, geloven in meerdere goden. Die waren duizenden jaren lang wereldwijd dominant.
Hier een beknopte tijdlijn vanaf de vroegste mens:
- Jager-verzamelaars – vóór landbouw
± 300.000 jaar geleden – 10.000 v.Chr.
Hadden zij een geloof? Waarschijnlijk ja, al kennen we geen heilige boeken.
Historici en antropologen vermoeden vaak:
Animisme → alles bezit geest of levenskracht (dieren, bomen, rivieren, stenen, bergen).
Sjamanisme → spirituele bemiddelaars/sjamanen.
Voorouderverering.
Rituelen rond dood, jacht, vruchtbaarheid en seizoenen.
Dat zien we terug in:
- grafgiften bij begravingen,
- grotschilderingen,
- rituele objecten.
Veel natuurreligies van later dragen hier nog sporen van.
- Landbouwsamenlevingen & vroege beschavingen
± 10.000 – 3000 v.Chr.
Met landbouw ontstaan vaste nederzettingen, tempels en complexere religies.
Voorbeelden:
- Mesopotamië (Sumeriërs, Babyloniërs) → Inanna, Enki, Marduk.
- Oud-Egypte → Ra, Isis, Osiris, Horus.
- Indusvallei / vroege Indiase religies
- Megalithische en Europese natuurculten.
Vrijwel allemaal waren ze polytheïstisch.
- Grote oude polytheïstische religies
± 3000 – 500 v.Chr.
Onder andere:
- Egyptische religie
- Griekse religie
- Romeinse religie
Germaanse, Keltische, Slavische tradities
Vedische religie (voorloper van delen van het hindoeïsme)
Chinese voorouder- en hemelculten
- Ontstaan van monotheïsme / één-godsdiensten
Niet plotseling, maar geleidelijk.
- Judaïsme Ontwikkelt zich uit oudere Kanaänitische/Israëlitische religieuze tradities.
± 1200–500 v.Chr.
Veel onderzoekers denken dat vroege Israëlieten niet meteen strikt monotheïstisch waren; dat ontwikkelde zich later.
- Christendom Ontstaat 1e eeuw na Christus.
Gebaseerd op: Joodse traditie, leer rond Jezus van Nazareth, later verspreid binnen het Romeinse rijk.
- Islam
7e eeuw n.Chr.
Ontstaat in Arabië.
Ethiopië en een “andere” Bijbel is een interessant punt. Het christendom in Ethiopië is heel oud. Het koninkrijk Aksum nam het christendom aan rond de 4e eeuw. De Ethiopisch-orthodoxe traditie heeft een bredere bijbelcanon dan veel westerse kerken.
Daar vind je bijvoorbeeld boeken zoals: Henoch, Jubileeën die in veel westerse bijbels ontbreken.
Dus ja: de Ethiopische christelijke traditie ontwikkelde zich deels anders dan de Latijnse/West-Europese.
Maar belangrijk: oudere religies verdwenen niet volledig. Veel gebruiken, feesten, symbolen en heilige plekken zijn in allerlei culturen blijven doorleven, denk hierbij aan de meiboom, soms naast, soms binnen nieuwere religieuze vormen.
Ondanks dat elementen uit oude tradities en natuurreligies nog zichtbaar zijn in cultuur, feesten en symboliek, zoals de meiboom, seizoensvieringen, kruidengebruiken of bepaalde volksrituelen, ervaren sommige mensen dat deze tradities nog geregeld met argwaan, onbegrip of als “vreemd” worden bekeken, terwijl dominante religieuze tradities vaak als vanzelfsprekender worden gezien.
Echter sommige rituelen en traditie zijn wel meegenomen (gestolen) naar het christendom. Historici gebruiken meestal liever woorden als “overname”, “vermenging”, “herinterpretatie” of “christianisering van bestaande gebruiken” dan direct “gestolen”,
Voorbeelden waarbij christelijke gebruiken lijken aan te sluiten op oudere tradities of symboliek:
- Kaarsen / lichtsymboliek – licht speelde al vóór het christendom een grote rol in rituelen, tempels, huisaltaren en seizoensfeesten. Het christendom gaf daar eigen betekenissen aan (Christus als “licht der wereld”, votiefkaarsen, altaarkaarsen).
- Heilige plekken → kerken – op sommige plaatsen werden kerken gebouwd op bestaande heilige plaatsen, tempels, bronnen of cultusplaatsen. De kerk in Elst is daar een bekend voorbeeld van.
- Kerstmis (25 december) – vaak genoemd in verband met Romeinse midwinterfeesten zoals Sol Invictus en bredere midwintervieringen. Historici discussiëren nog over hoeveel directe invloed er precies was, maar de timing roept al eeuwen vragen op.
- Pasen – het christelijke Pasen is geworteld in het Joodse Pesach, maar in Noord-Europa vermengden zich ook lentethema’s: eieren, nieuw leven, haas-symboliek. Hoe oud sommige van die elementen precies zijn, wordt betwist.
- Allerheiligen / Allerzielen – worden soms vergeleken met oudere herdenkings- en vooroudertradities.
- Heiligenverering – sommige onderzoekers zien overeenkomsten met eerdere lokale beschermgoden, heilige bronnen, bergen of regionale culten die later een christelijke invulling kregen.
- Meiboom, zonnewende, oogstfeesten, groenversiering – bepaalde volksgebruiken bleven bestaan, soms gedoogd, soms aangepast, soms afgekeurd door kerkelijke autoriteiten. De meiboomviering is een klassiek voorbeeld van culturele en religieuze wisselwerking. Hoewel het zijn oorsprong vindt in pre-christelijke, heidense lentefeesten (zoals Beltane ter ere van de vruchtbaarheid en de natuur), heeft het christendom de traditie later geadopteerd en gekerstend.
- Wierook, processies, rituele gewaden, belgelui – rituele elementen die niet uniek christelijk zijn; vergelijkbare vormen bestonden in oudere religieuze culturen.
Maar een belangrijke nuance: niet alles is automatisch “van heidendom overgenomen”. Soms ontstaan vergelijkbare rituelen in meerdere culturen onafhankelijk van elkaar, en soms weten historici het gewoon niet zeker, zoals met Bonifatius.
Wat wél vrij breed wordt erkend: religies ontstaan zelden in een vacuüm. Nieuwe religies bouwen vaak voort op oudere symbolen, plekken, feesten en menselijke rituelen, dat geldt niet alleen voor het christendom, maar voor veel religieuze tradities wereldwijd.
Maak jouw eigen website met JouwWeb